| A |
Enkelvoudig blokkeren. De keeper staat klaar
met de knieen licht gebogen en ongeveer 1 meter voor het doel.
De armen zijn ook licht gebogen en de handen zijn op schouderhoogte
(dit mag varieren op basis van de stijl van de keeper). De
trainer of spelers schieten (niet te hard) om de beurt, links
en rechts van de keeper ongeveer een halve meter naast de keeper.
De schoten moeten boven de heup van de keeper zijn en deze moet
proberen ze met een arm of hand tegen te houden. De keeper
moet leren om tijdens het stoppen met de arm in de richting
van de bal mee te bewegen. De bal moet als het ware "dood" op
de grond vallen en dus niet terug kaatsen richting het speelveld.
Ook kan de keeper de bal over het doel proberen te vegen door
de bal een klein zetje omhoog te geven. |
| B |
Dubbelvoudig blokeren. Idem als de vorige
oefening maar nu komen de ballen richting het hoofd van de keeper.
Deze blokkeerd de bal met twee handen maar vangt de bal niet.
De bal moet weer als "dood" op de grond vallen. |
De A-oefening kan ook worden uitgevoerd met hele harde schoten. In
dit geval moet de keeper haar armen voorwaards bewegen zodat de kracht
van de bal haar armen niet achterwaards doet slaan waardoor blessures
kunnen ontstaan.